De voorzitter opent de dag om 10.00 uur en heet iedereen welkom. Hij leidt de dag in en stelt de medebestuursleden van de stichting K.A.D.O. voor. De deelnemers stellen zichzelf op ludieke wijze voor, door het overgooien van een zachte bal. Hierna treedt de eerste spreker naar voren.
Presentatie Arre Zuurmond – Naar een responsieve overheid

Arre Zuurmond heeft theologie en politicologie gestudeerd en is gepromoveerd in bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit. Hij was bijzonder hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Leiden en universitair hoofddocent aan de TU Delft. Hij is oprichter en wetenschappelijk directeur bij de Kafkabrigade. Van 2013 tot 2021 was hij gemeentelijk ombudsman in Amsterdam en Zaanstad. Eind 2021 trad Arre aan als regeringscommissaris Informatiehuishouding (voor de verhouding tussen overheid en burgers). Het rapport hierover heeft hij in de vorm van een boek (‘Dwars door de orde’) geschreven.
Arre vertelt op enthousiaste wijze over de informatie-uitwisseling tussen burgers en de overheid en de wijze waarop deze gedigitaliseerd is. Het publiek luistert geïnteresseerd. Zijn verhaal is doorspekt van vragen aan de deelnemers, voorbeelden en anekdotes; stel je één van de eerste auto’s voor aan het einde van de negentiende eeuw, hoe zag deze eruit? Het antwoord is eenvoudig maar zet aan tot denken; hij leek op een koets waarvan de paarden zijn weggehaald en vervangen zijn door een verbrandingsmotor, in plaats van een ruiter is iemand aan het stuur gezet. Dit noemt Arre het ‘postkoets met hulpmotor syndroom’, hetgeen tot op heden een goede metafoor is voor de wijze waarop de overheid met de informatie van burgers omgaat.

We kunnen ons de toekomst van nieuwe technologie niet voorstellen, zo ook niet de toekomst van de digitalisering, vertelt Arre. De simpele opdracht: breng de informatiehuishouding op orde is niet zo eenvoudig als hij lijkt, want om welke orde gaat het dan?
In de digitalisering denken we, volgens Arre, nog te veel vanuit de papieren wijze van werken. De burger wordt bevraagd en dient bewijs te overleggen, terwijl deze informatie reeds bij de overheid bekend is, maar niet is gekoppeld; ‘we stellen in Nederland ‘domme vragen’ aan burgers, omdat de overheid het antwoord eigenlijk al weet.’ We denken met ons allen dat technologie de samenleving verandert, maar het is in feite andersom.
De vraag die Arre aan de orde stelt is of we als overheid wel de publieke waarde creëren die we ook zouden moeten creëren. Het antwoord laat zich raden. We hoeven niet voor alles terug naar de politiek te gaan, we zouden eerst zelf eens kunnen bekijken hoe we zaken kunnen veranderen.
De kern van Arre’s bijdrage is: we hebben een andere bewoording nodig voor de verhouding tussen burger en overheid. We hebben een proactief responsieve overheid nodig. Het discours dient daarvoor gewijzigd te worden.
De onderliggende vraag die wij als auditors zouden moeten beantwoorden is of wij in ons werk voldoende de publieke waarde meenemen en deze in onze auditpraktijk ook bevragen.
Lunch

Jurriaan Kooij – Inzichten uit de praktijk, bruikbare indicatoren

Jurriaan Kooij is projectleider bij de Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad. Bij de Rekenkamer werken ca. 20 medewerkers, een directeur en een aantal projectleiders. Jurriaan is één van hen. Jurriaan is van huis uit econoom.
Het verhaal van Jurriaan is gebaseerd op de praktijk bij de gemeente Amsterdam. Indicatoren zijn inmiddels al zo’n 25 jaar verplicht voor gemeentebesturen. In 2020 was de conclusie van een onderzoek naar indicatoren dat deze niet vaak werden ingevuld of werden toegelicht en er leek weinig aandacht te zijn voor het opzetten van bruikbare indicatoren. Anno 2026 heeft de gemeente Amsterdam ca. 500 indicatoren die momenteel meer zijn ingevuld en meer van toelichtingen zijn voorzien.
Jurriaan neemt ons mee in een drietal boeiende voorbeelden van indicatoren en hun benodigde verbeteringen en verduidelijkingen.

Het plusnet voetgangers (het percentage dat voldoet aan de minimale doorloopruimte van 1,80 meter).

Het verwijderen van drijf- en grofvuil (het aantal ton drijf- en grofvuil dat jaarlijks uit de grachten is verwijderd).

De indicator voor uitkeringschuld (het aantal mensen dat jaarlijks een uitkeringsschuld heeft openstaan bij de gemeente).
Er komen diverse vragen uit het publiek die Jurriaan met zichtbaar plezier beantwoord. De voorbeelden spreken tot de verbeelding.
Jurriaan geeft aan dat goede indicatoren: relevant, betrouwbaar en begrijpelijk dienen te zijn. De lessen die uit de drie praktijkvoorbeelden getrokken kunnen worden zijn: zorg voor betrokkenheid, verbetering kost tijd en stel het verhaal voor de indicatoren voorop.
Na een korte pauze ‘stapt’ Myrthe Sterk het podium op.
Myrthe Sterk – Hoe doe ik het goed? Hoe meet ik mijn impact?
Myrthe heeft een bijzondere presentatie voorbereid. Zij wil graag een bijdrage aan de bijeenkomst van KADO leveren maar is op 18 juni verhinderd. Vandaar dat zij haar bijdrage in de vorm van een interactieve video heeft gegoten.

Myrthe Sterk noemt zich beleidsmaker (instagram @debeleidsmaker) en is werkzaam voor de gemeente Sittard-Geleen. Zij is van mening dat beleid gemaakt en niet geschreven dient te worden. En geeft de rol van emoties hierin een plek. Zij is bezig hierover een theaterstuk te maken. Waarom maakt zij dit stuk? Omdat zoals zij zelf aangeeft er niets van af weet. Hoe pakken theatermakers een proces aan en hoe voelt dit? Wanneer is een theaterstuk goed genoeg?
Myrthe vertelt in de video over haar werk en stelt het publiek een aantal reflectieve vragen bijvoorbeeld Zouden we vernieuwing minder en hetzelfde doen meer moeten verantwoorden? Wat kan jouw werk oproepen? Ben je je daar bewust van? Sta je daar weleens bij stil? De discussie naar aanleiding van de vragen van Myrthe wordt door Tom de Graaff (bestuurslid KADO) geleid. Het publiek gaat geëngageerd in gesprek. De vragen van Myrthe nodigen uit tot response.
Annelies Reijne – Wat is onze rol als auditor in de responsieve overheid?
Na een korte pauze legt Annelies Reijne (bestuurslid KADO) in een interactieve reflectie de aanwezigen een aantal stellingen voor waarop zij ‘Eens’ of ‘Oneens’ kunnen kiezen.
Aan de hand van de navolgende stellingen ontstaat een levendig gesprek. Als auditor moet je afstand houden tot de ‘bedoeling’ om objectief te blijven. Meer ruimte voor maatwerk betekent automatisch minder controleerbaarheid. De ervaring van burgers of gebruikers hoort geen volwaardige auditbron te zijn. De auditor moet zich ontwikkelen van controleur naar kritische partner/adviseur.

De afdronk van de dag is dat deze op een interessante en ludiek wijze de aanwezigen aan het denken heeft gezet. We sluiten af met een netwerkborrel!
